Wat ruzies tussen broers en zussen niet zeggen over hun band

Als broers en zussen veel ruzie maken, kan dat aan je gaan knagen. Niet alleen omdat het vermoeiend is, maar ook omdat er vaak een grotere angst onder zit:

Gaan ze elkaar later nog wel leuk vinden?
Maak ik iets kapot door niet streng genoeg te zijn?
En als mijn kinderen de hele dag ruzie maken, zegt dat dan iets over hoe het bij ons thuis gaat?

Die zorgen zijn begrijpelijk. En toch is het belangrijk om dit helder te krijgen: veel ruzie betekent meestal niet wat jij denkt dat het betekent.

Veel ruzie en toch een goede band

In onderzoek naar relaties tussen broers en zussen zie je vaak hetzelfde terug: een goede onderlinge relatie en conflict bestaan vaak naast elkaar. Kinderen kunnen elkaar op momenten intens irritant vinden en zich op andere momenten heel veilig bij elkaar voelen.

Dat zie je ook in gewone huiselijke scènes. De een roept “ik haat je” omdat de ander op de verkeerde plek zit. En vijf minuten later zitten ze samen te lachen om een filmpje. Niet omdat het conflict nep was, maar omdat kinderen snel schakelen als de spanning zakt.

Voor volwassenen voelt dat tegenstrijdig. Voor kinderen is het vaak logisch.

Waarom ruzie zo vaak juist thuis gebeurt

Ouders vergelijken hun gezin soms met andere gezinnen en denken: bij ons is het wel erg. Alleen, wat je van andere gezinnen ziet, is zelden het moment waarop iedereen moe is, honger heeft en er nog een tas uitgepakt moet worden.

Thuis is de plek waar kinderen het meest zichzelf zijn. Waar ze minder hoeven inhouden. Waar ze weten dat jij er bent. Dat maakt het niet gezellig, maar het verklaart wel waarom ruzies thuis zo vaak groter lijken.

En ja, aan het eind van de dag zie je dat extra terug. Ruzies rond etenstijd en bedtijd escaleren sneller omdat kinderen dan minder rek hebben. Dat is geen teken van een slechte band, maar van een lijf dat vol zit.

Veel ruzie tussen broers en zussen laat zien dat kinderen nog niet goed kunnen omgaan met frustratie, verschil en teleurstelling. En dat oefenen ze het meest met degene die het dichtstbij is.

Wanneer je wél extra goed moet kijken

Er is ook een belangrijke nuance. Niet alle ruzie is hetzelfde.

In onderzoek wordt vaak onderscheid gemaakt tussen gewone conflicten en destructieve vormen van conflict. Met andere woorden: ruzie die vervelend is, versus ruzie die schade doet.

Het is belangrijk om alert te zijn op de volgende signalen:

  • dat er structureel pijn wordt gedaan of het snel fysiek wordt (denk aan schoppen, slaan, bijten)
  • één kind vaak bang is of zich langdurig terugtrekt
  • het steeds hetzelfde kind is dat verliest, huilt of de klappen krijgt
  • er weinig herstel plaatsvindt en de spanning blijft hangen

Dan zegt het nog steeds niet automatisch dat de band “slecht” is, maar het kan wel betekenen dat kinderen hier nog niet uitkomen zonder intensievere begeleiding.

Het moment na de ruzie is belangrijker dan de ruzie zelf 

Ouders richten zich vaak op het moment van ruzie. Logisch, want dat is het moment waarop het in huis ontploft.

Maar voor de onderlinge band is vaak iets anders belangrijker: wat er daarna gebeurt.

Is er ruimte om weer contact te maken?
Is er herstel?

Dat herstel hoeft niet groots. Het kan klein zijn: samen weer spelen, een grapje, naast elkaar zitten. Het punt is niet dat kinderen meteen een diep gesprek met elkaar moeten kunnen voeren, maar dat er een weg terug is.

Dit is ook precies waarom je vaak merkt: praten tijdens ruzie werkt niet. Midden in spanning is het brein niet beschikbaar voor reflectie. Herstel komt meestal later, als de rust terug is.

Patronen 

Wat ouders vaak uitput, is niet één ruzie. Het is het feit dat je steeds weer in hetzelfde riedeltje verzandt. Dezelfde rollen. Dezelfde escalatie. Hetzelfde gevoel dat je het moet oplossen.

Als je het idee hebt dat ruzies tussen broers en zussen steeds hetzelfde verlopen, zegt dat wederom niet dat de band slecht is. Het zegt vooral dat er een patroon is ontstaan in hoe kinderen op elkaar reageren.

En dat is precies waar veel ouders in vastlopen, vooral als ze ongemerkt steeds in de rol van scheidsrechter belanden. Scheidsrechter spelen bij ruzies voelt logisch, maar het kan de dynamiek ook in stand houden omdat kinderen gaan vechten om jouw oordeel.

Wat jij als ouder kunt doen

Je hoeft de band tussen je kinderen niet te bewaken door alle ruzies te voorkomen. Wat vaak meer verschil maakt:

  • veiligheid bewaken als het fysiek wordt
  • niet meegezogen worden in schuld en gelijk
  • ruzies niet altijd direct willen oplossen, zeker niet als iedereen al op is
  • ruimte laten voor herstel nadat de spanning is gezakt

Dat klinkt eenvoudig, maar in de praktijk is het vaak precies het moeilijke stuk. Zeker op drukke dagen.

Als je merkt dat ruzies bij jullie vaak escaleren en jij steeds moet ingrijpen, kan het helpend zijn om je niet af te vragen: “hoe stop ik ruzie,” maar: “hoe begeleid ik dit zodat het minder vastloopt."

In de training Strijd tussen broers en zussen leer je hoe je dat concreet doet, afgestemd op leeftijd en temperament.