Schoppen, slaan, bijten en duwen tussen broers en zussen: wat betekent het en wat doe je
Het begint vaak klein. Een hand die iets te stevig wordt vastgepakt. Een arm die net even de ander tegenhoudt of wegduwt... en dan... BOEM... Ze gaan er vol in!
Zeker bij jonge kinderen kan dat schrikken zijn.
Veel ouders maken zich zorgen als hun kinderen elkaar pijn doen. Is dit normaal? Moet je dit meteen hard aanpakken? En wat als het steeds opnieuw gebeurt?
Schoppen, slaan, bijten en duwen tussen broers en zussen komt vaker voor dan veel ouders denken. Niet omdat kinderen agressief zijn, maar omdat ze op dat moment iets niet anders kunnen uiten.
Waarom jonge kinderen elkaar pijn doen
Bij jonge kinderen lopen gevoelens vaak sneller dan hun woorden. Frustratie, boosheid of jaloezie komen er dan niet uit via taal, maar via hun lichaam.
Dat zie je vooral bij peuters en kleuters. Zij zitten midden in hun sociaal-emotionele ontwikkeling en hebben nog weinig rem op impulsen. Als iets te veel wordt, reageren ze direct.
Bijten of slaan is dan geen bewuste keuze, maar een snelle ontlading. Dat maakt het gedrag niet oké, maar het zegt wel iets over wat een kind op dat moment nodig heeft.
Wat bijten en slaan niet betekenen
Als kinderen elkaar pijn doen, schieten ouders vaak meteen in de gedachte dat dit “niet goed zit”. Dat het iets zegt over karakter, opvoeding of de band tussen broers en zussen.
In de meeste gevallen klopt dat niet.
Bijten of slaan betekent meestal niet dat een kind gemeen is of dat er structureel iets misgaat. Het betekent dat een kind overloopt en nog geen andere manier heeft om dat te laten zien.
Zeker als je kinderen vaak ruzie maken, kan dit gedrag onderdeel zijn van een groter patroon van spanning en onvermogen, niet van onwil.
Waarom praten of laten uitpraten op dat moment niet werkt
Op het moment dat een kind schopt, slaat of bijt, is het brein niet beschikbaar voor uitleg of gesprekken. Toch proberen veel ouders juist dan te praten, te vragen wie begon of te laten sorry zeggen.
Dat werkt zelden. Het maakt de situatie vaak groter en kan de spanning zelfs verhogen.
Op zulke momenten heeft een kind geen woorden nodig, maar begrenzing. Eerst moet het gedrag stoppen en de veiligheid hersteld worden. Pas daarna ontstaat er ruimte voor contact.
Wat wel helpend is bij bijten, slaan en duwen
Bij fysiek gedrag is je eerste taak helder: zorgen dat niemand pijn doet. Dat vraagt een snelle, duidelijke interventie zonder uitleg of discussie.
Je benoemt wat je ziet en stopt het gedrag. Niet boos, ook niet vragend, maar duidelijk. Daarmee leen je je rust en overzicht uit, juist als kinderen dat zelf niet hebben.
Daarna helpt het om het moment te laten zakken. Vaak is nabijheid, even afstand of een korte pauze al voldoende. Uitleg komt later wel, als het zenuwstelsel weer rustig is.
Dit is iets anders dan scheidsrechter spelen. Je zoekt niet naar wie begon of wie fout zat, maar grijpt in op wat niet veilig is.
Wat dit zegt over de band tussen je kinderen
Als kinderen elkaar pijn doen, kan dat voelen alsof de band onder druk staat. Zeker als dit vaker gebeurt en je kinderen veel ruzie lijken te maken.
Toch zegt fysiek gedrag op jonge leeftijd weinig over verbondenheid. Kinderen kunnen elkaar echt flink te lijf gaan en vijf minuten later weer samen spelen.
Het gaat er niet om dat dit gedrag nooit voorkomt, maar om hoe het wordt begeleid. Dat maakt het verschil op de lange termijn.
Wil je leren hoe je bij schoppen, slaan, bijten en duwen kunt ingrijpen op een manier die past bij de leeftijd en het temperament van je kinderen, zonder dat je telkens in escalatie belandt? In de training Strijd Tussen Broers en Zussen werken we dit uitgebreid uit, inclusief scripts voor verschillende leeftijden.