Een overprikkeld kind krijgt meer informatie binnen dan het op dat moment kan verwerken. Dat uit zich meestal in een uitbarsting, in vastlopen of in volledig dichtklappen. De meest voorkomende symptomen zijn snel huilen om kleinigheden, boosheid die uit het niets lijkt te komen, niet meer kunnen luisteren, klagen over geluid of kleding, en slecht in slaap vallen na een drukke dag. Op het moment zelf helpt het verlagen van prikkels het snelst, dus minder licht, minder geluid en minder woorden.
Het ene moment speelt je kind nog vrolijk, het volgende moment ligt het gillend op de grond om een sok die "verkeerd voelt". Of het wordt juist stil, kruipt weg, wil even niemand. Wat je ziet lijkt op onwil of een driftbui, terwijl er vaak iets anders aan de hand is. Er is te veel binnengekomen en je kind kan het even niet meer verwerken.
Wat is overprikkeling bij kinderen?
Prikkelverwerking gaat over hoe je kind alle informatie verwerkt die binnenkomt. De voor de hand liggende prikkels, dus geur, zicht, smaak, geluid en tast, maar net zo goed sociale informatie en interne prikkels zoals bewegingsonrust, emoties en lichamelijk ongemak.
Officieel valt dat allemaal onder "informatieverwerking", maar ik vind "prikkels" een leuker woord dan "informatie". Het geeft beter weer dat gedrag een reactie is op iets wat binnenkomt.
Overprikkeling ontstaat als er meer binnenkomt dan je kind op dat moment kan verwerken. De emmer loopt over. En net als bij een emmer zie je vaak niet de laatste druppel, maar wel het moment dat het overstroomt.
Symptomen van overprikkeling bij kinderen (per leeftijd)
Hoe weet je nou of je kind overprikkeld is en niet gewoon moe, dwars of toe aan een driftbui? Eerlijk antwoord, dat is niet altijd scherp te scheiden, en het ziet er ook niet bij elk kind hetzelfde uit. Grofweg zie je twee richtingen. Kinderen die naar buiten ontladen, en kinderen die juist naar binnen keren.
Naar buiten ontladen ziet eruit als driftbuien, gillen, schoppen of slaan om iets ogenschijnlijk kleins. Drukker en wilder worden en even niet meer te bereiken zijn. Snel gefrustreerd raken, op alles "nee", overal tegenaan botsen.
Naar binnen keren ziet eruit als stil worden, zich terugtrekken, wegkruipen. Huilen zonder dat je een duidelijke aanleiding ziet. Vastlopen, niet meer kunnen kiezen of in beweging komen.
En vaak zie je het in de marge. Slecht in- of doorslapen, hoofdpijn of buikpijn, niet willen eten, of het bekende patroon dat je kind zich op school de hele dag inhoudt en thuis, op de veiligste plek, alsnog ontploft.
Peuter van 2 tot 4 jaar
Bij een peuter zie je het vooral in het lijf. Hij gaat rennen en gooien, hij laat zich slap vallen in de supermarkt, hij wil de ene seconde op de arm en de volgende weer niet. Kleding wordt ineens een probleem, en het naadje in de sok is dan echt een naadje in de sok en geen smoes. Slapen lukt slecht na een dag met veel mensen om hem heen, ook als hij bekaf is.
Kleuter van 4 tot 6 jaar
Een kleuter houdt zich op school steeds beter in, en dat betaal jij thuis. Hij komt binnen, doet zijn jas nog net uit, en dan barst het los om een beker die op de verkeerde plek staat. Je hoort ook vaker "ik kan het niet" bij dingen die gisteren wel lukten. Verjaardagen en zwemles werken soms twee dagen na.
Schoolkind van 6 tot 12 jaar
Een ouder kind kan het beter benoemen, alleen doet het dat meestal niet op het moment zelf. Je ziet eerder een kort lontje, deuren die dichtgaan, en een kind dat zich opsluit met een scherm. Ook komen hoofdpijn en buikpijn hier vaker naar voren, en klachten over het licht in de klas of het geroezemoes in de gang. Vraag je op dat moment hoe het was op school, dan krijg je "goed" en verder niets.
Mijn kind is overprikkeld, wat doe ik nu?
Op het moment zelf zijn er drie dingen die je meteen kunt doen, en ze gaan alle drie over weghalen in plaats van toevoegen.
Ten eerste, zet de prikkels uit. Licht zachter, geluid uit, mensen even op afstand, en met je kind naar een rustige hoek of de gang.
Ten tweede, stop met praten. Geen uitleg, geen vragen, geen correctie. Een overprikkeld brein neemt het toch niet op, en je woorden zijn op zo'n moment gewoon nóg een prikkel.
Ten derde, blijf erbij, zodat je kind niet in zijn eentje aan het ontladen is. Oplossen hoeft nu even niet. Het goede gesprek voer je veel later, als hij weer kan luisteren.
Een overprikkeld kind kalmeren tijdens de piek
Daarna helpt iets vertrouwds en voorspelbaars. Een vast liedje dat je zachtjes neuriet, samen onder een deken, even stevig vasthouden, naast elkaar niets doen. Wát het is maakt niet uit, als het maar bij jouw kind past. Het gaat om het vertrouwde dat het zenuwstelsel helpt ontladen.
Laat bewegen daarnaast het werk doen. Naar buiten, even rennen, op de trampoline. Bewegen is een bewezen manier om spanning kwijt te raken, zeker bij kinderen die van nature fysiek zijn ingesteld.
Wat niet werkt, is een consequentie op het hoogtepunt. Je kind kan op dat moment niets met een waarschuwing of een straf, en je voegt er alleen spanning mee toe. Dat je zelf ook op bent, mag gezegd worden. Rustig blijven terwijl er tegen je geschreeuwd wordt is geen vaardigheid die je zomaar even aanzet.
Overprikkeling voorkomen op een gewone schooldag
De meeste winst zit in het halfuur vóór de uitbarsting. Bij bijna elk gezin blijkt dat hetzelfde moment te zijn, meestal de thuiskomst uit school of het uur voor het avondeten.
Bouw daar een leegloopmoment in, en wees concreet. Vijftien minuten met een boterham op de bank en niemand die iets vraagt werkt beter dan een vrije zaterdag, omdat het vóór de piek zit in plaats van erna. Een kind dat zich de hele dag heeft ingehouden heeft eerst leegloop nodig en geen vragenvuur over hoe het was.
Leer daarnaast de signalen van jóuw kind herkennen in de aanloop. Meestal zit daar een vast patroon in, en meestal is het iets kleins. Harder gaan praten, dichter tegen je aan gaan staan, of juist ineens heel stil worden.
Kijk tot slot kritisch naar de volle momenten. De overgang van school naar huis, drukke verjaardagen, het einde van de dag. Daar valt vaak het meeste te winnen, en soms is de oplossing simpelweg één afspraak per weekend in plaats van drie. Stapelt het zich vooral na schooltijd op, dan lees je verder over een kind dat overprikkeld uit school komt. Loopt het bij jullie eerder uit op boosheid dan op dichtklappen, kijk dan bij een kind dat boos na school binnenkomt.
Waarom het ene kind sneller overprikkeld raakt

Hoeveel er binnenkomt en hoe goed dat verwerkt wordt, verschilt per kind. Dat is geen kwestie van opvoeding of doorzetten. Zo werkt dat brein nu eenmaal. Wat bij het ene kind op de achtergrond wegzakt, blijft bij het andere op de voorgrond staan en kost actief energie om weg te filteren.
Wil je uitzoeken hoe het bij jouw kind zit, loop dan deze vier vragen langs.
Hoe gaat hij om met zintuiglijke prikkels? Denk aan hoofdpijn door de tl-verlichting op school, niet willen eten door de geur tijdens het koken, of altijd in een t-shirt willen omdat een trui prikt.
Hoe gaat hij om met sociale situaties? Levert samenspelen plezier op of spanning? Begrijpt hij gezichtsuitdrukkingen goed? Hoe ligt hij in de groep?
Hoe gaat hij om met wat er vanbinnen gebeurt? Veel bewegingsonrust, impulsief, of juist snel moe? Speelt er iets lichamelijks mee?
Hoe gaat hij om met emoties, van zichzelf en van een ander? Kan hij benoemen wat hij voelt, of blijft hij er lang in hangen? Soms zit er een emotie onder die het echte probleem is, zoals angst die maakt dat hij niet wil slapen.
Je hoeft dit niet allemaal uit te pluizen. Is het probleem helder en ligt de oplossing voor de hand, laat de rest dan voor wat het is. En kom je er gaandeweg achter dat de vork anders in de steel zit, dan begin je gewoon opnieuw met wat je inmiddels weet.
Wanneer vraag je hulp bij overprikkeling?
Je hoeft hier niet mee te wachten tot het thuis onhoudbaar is. Vraag hulp als het bijna elke dag misgaat op hetzelfde moment, als je kind er op school of met vriendjes last van krijgt, of als jullie samen in een patroon zitten waar je zelf niet meer uitkomt.
En denk ook even aan jezelf. Een overprikkeld kind opvangen kost jou veel, dag in dag uit. Loop je zelf al langer op je tandvlees, dan wordt dit dubbel zwaar. Hoe je je eigen draagkracht bewaakt lees je bij overbelasting en ouderburn-out.
Wil je weten hoe zwaar het op dit moment voor jou is, doe dan de Ouderbelasting Zelftest. Die duurt een paar minuten en geeft je iets concreters dan een onderbuikgevoel.






