Waarom is mijn kind zo snel boos en gefrustreerd?
09 december 2020 
8 min. leestijd

Waarom is mijn kind zo snel boos en gefrustreerd?

Kort antwoord: je kind wordt snel boos omdat de rem in zijn hoofd nog in aanbouw is, en die aanbouw duurt een stuk langer dan de meeste ouders denken. Een peuter kan zichzelf nog nauwelijks kalmeren, en pas rond 8 of 9 jaar lukt het een kind om zich echt in een ander te verplaatsen. Dat verplaatsen kost bovendien energie, en na een schooldag is die energie op, dus komt de frustratie van de hele dag er thuis uit. Bij jou, want daar is het veilig. Hieronder lees je wat bij welke leeftijd hoort en wanneer de boosheid wél een signaal is.

Een boos kind in het gangpad

Een peuter die in het gangpad tussen de snoepjes en de koekjes op de grond ligt te schreeuwen, zal niemand waarschijnlijk erg verbazen. Wanneer er echter een 10 jarige jongen op de grond ligt te schreeuwen in de supermarkt, zal menig bezoeker waarschijnlijk wel even z'n wenkbrauwen optrekken en zich afvragen wat hier in vredesnaam aan de hand is.

Ook vinden we het niet heel gek wanneer twee peuters ruzie maken en elkaar (spreekwoordelijk?) de hersens inslaan omdat de ene wat af pakt van de ander. Wanneer kinderen ouder zijn, verwachten we echter dat dit soort situaties verstandig worden opgelost en uitgepraat zonder dat er fysiek ruzie gemaakt wordt.

Onbewust weten we dus dat emoties reguleren iets is wat gaandeweg in de ontwikkeling plaats vindt. Maar wat nou als dat niet zo vanzelfsprekend verloopt? Wat nou als je kind voortdurend boos wordt?

Kind snel boos en gefrustreerd: wat is normaal per leeftijd?

De ontwikkeling van emotieregulatie begint zodra een baby geboren is, en ze is pas ergens in de volwassenheid een beetje af. Dat betekent dat "snel boos" op de ene leeftijd volstrekt logisch is en op de andere leeftijd een signaal. Hieronder de grote lijn.

Baby en peuter

De eerste maanden kunnen baby's snel van slag raken door de kleinste gebeurtenissen. Wanneer een baby eenmaal van slag is, heeft hij vaak zijn ouders nodig om weer tot rust te komen. Hoe ouder een kind wordt, hoe meer stimuli hij aan kan en hoe beter hij in staat wordt om zichzelf te kalmeren.

Zodra een kind in de peuterfase aankomt, ontwikkelt hij een besef van een 'eigen ik' en vormt hij een eigen mening. De combinatie met een soms nog wat gebrekkig vocabulair, een beperkte emotieregulatie en deze identiteitsontwikkeling kan zich uiten in een nogal licht ontvlambaar kind met heftige woede aanvallen. Ook heeft een peuter nog geen besef van 'rekening houden met' en gaat hij alleen uit van zijn eigen behoeften en wensen. We noemen dit ook wel het egocentrisme.

4 tot 7 jaar

Naarmate een kind ouder wordt, krijgt hij meer besef van de wensen en behoeften van anderen, mogelijkheden om zich (verbaal) te uiten en wordt de emotieregulatie doorgaans ook beter ontwikkeld. In deze fase komt er bovendien van alles bij waar een kind nog niet op gebouwd is: een schooldag vol regels, wachten op je beurt, verliezen met een spelletje, en de ontdekking dat de wereld zich niets aantrekt van wat jij ervan vindt. Frustratie is dan geen ontsporing, die hoort er gewoon bij.

8 tot 10 jaar

Pas rond de leeftijd van gemiddeld 8/9 jaar zijn kinderen echt in staat om zich in een ander te verplaatsen en hun eigen gedrag hier op af te stemmen. Let op, net als bij leren lopen en leren praten gaat het hier ook om een gemiddelde en kan het dus zo zijn dat je vaardigheden van je kind van 10 jaar oud verwacht waar hij of zij nog helemaal niet toe in staat is. Omdat juist op deze leeftijd de vragen van ouders zich opstapelen, staat er hieronder een apart stuk over.

De puber

Wanneer kinderen in de puberteit raken, doet zich echter weer een nieuwe ontwikkeling voor waardoor de emotieregulatie weer verstoord kan raken. Deze verstoring wordt veroorzaakt door een nieuwe fase in de identiteitsontwikkeling en vele andere factoren die op deze leeftijd ook nog mee gaan spelen (hormonen, onzekerheid, groepsdruk, school stress etc).

Woedeaanvallen bij een kind van 8, 9 of 10 jaar

Dit is de leeftijd waarop ouders zich pas écht zorgen gaan maken, en dat is niet zo gek. Een krijsende peuter in de supermarkt levert je meewarige blikken op, een krijsende tienjarige levert je het gevoel op dat je iets fout hebt gedaan. Zeker als de dochter van de zus van de klassenassistent al sinds haar zesde beheerst haar gevoelens benoemt.

Wat er op deze leeftijd meespeelt: een kind van 8, 9 of 10 kán zich inmiddels verplaatsen in een ander, dus je verwacht ook dat het lukt. Alleen kost dat verplaatsen nog behoorlijk wat energie, en energie is precies wat er na een schooldag niet meer is. Daar komt bij dat de sociale wereld op deze leeftijd ingewikkeld wordt. Er wordt vergeleken, er wordt gerangschikt, er is altijd wel iemand die iets beter kan, en het besef dat je ergens niet goed in bent landt op deze leeftijd een stuk harder dan op je vijfde. Frustratie die op school de hele dag is ingeslikt, komt er thuis uit. Bij jou dus, want daar is het veilig.

Wanneer wordt het wél een signaal? Als de woedeaanvallen heftiger worden in plaats van minder, als je kind na afloop zelf schrikt van wat hij heeft gedaan, als het ook op school of bij vrienden misgaat, of als er structureel iets onder zit (denk aan pesten, faalervaringen, een leerprobleem, of een kind dat de hele dag prikkels binnenkrijgt die het niet kwijt kan). Dan is de boosheid het topje en zit het werk eronder.

Waarom is je kind zo vaak boos? Inzoomen, inzoomen, inzoomen!

Soms blijft een kind echter moeite hebben met het reguleren van zijn boosheid. Of soms kan een kind ineens een periode veel meer ontvlambaar zijn dan voorheen. Ook hierbij geldt wederom dat het in zo'n geval belangrijk is om in te zoomen op het kind. Kan het zijn dat de ontwikkelingsfase meespeelt? Zijn er dingen gebeurd die een grote impact hebben op het kind (een verhuizing, scheiding, ongeluk, ziekte, zelfs wanneer deze zich voordoen in de bredere omgeving van het kind, kunnen grote impact hebben, die zich kan uiten in extreme boosheid). Hoe gaat dit kind doorgaans met frustraties en tegenslagen om? Sommige kinderen zijn nou eenmaal meer fysiek en uiten zich dan ook fysiek. En denk ook aan de invloed van de omgeving. Wat voor voorbeelden krijgt dit kind? Hoe ga je als ouder zelf met boosheid en frustratie om?

Merk je dat je zelf voortdurend gespannen en kort bent? Kijk dan ook eens naar je eigen draagkracht; zo herken je ouderlijke burn-out. Wil je weten waar jij zelf staat, doe dan de ouderbelasting zelftest. Het klinkt misschien gek om bij de boosheid van je kind naar jezelf te kijken, maar een ouder die zelf op de toppen draait heeft nu eenmaal weinig geduld over om een kind mee op te vangen.

Wat kan je doen als je kind vaak boos is?

We beginnen weer met een inkopper; check eerst je eigen mindset! Het is belangrijk om realistische verwachtingen te hebben en ik merk in de praktijk dat dat vooral voor moeders vaak lastig is wanneer het om boosheid bij hun zoons gaat. Jongens zijn doorgaans nou eenmaal meer fysiek ingesteld dan meisjes en uiten zich zodoende ook meer fysiek. We kunnen niet verwachten dat een jongen die snel fysiek agressief wordt, na een periode flink de opvoedingsregels te hebben aangescherpt, verandert in een kalme, immer vreedzame jongen die eens even rustig bij je komt zitten voor een goed gesprek wanneer hij het ergens niet mee eens is.

Uiteraard zijn er grenzen in wat aanvaardbaar en gewenst gedrag is, maar hou hiermee ook rekening met het individu. Ook al is dit soms een totaal andere manier dan hoe je zelf om gaat met boosheid of hoe je graag zou willen dat je kind hiermee om gaat. Ook is het belangrijk om de focus niet te leggen op het feit dát een kind boos is, maar op de manier waarop hij zich uit. Wanneer je kind zich geaccepteerd en begrepen voelt in zijn boosheid, kan dit soms opzich al reden genoeg zijn om weer rustig te worden.

Probeer, als je je eigen mindset eenmaal goed hebt ingesteld, op zoek te gaan naar de oorsprong van de boosheid. Komt deze voort uit een gebeurtenis of situatie, dan is het zaak om te kijken hoe je daar mee om kan gaan of de situatie op te lossen indien mogelijk (denk bijvoorbeeld aan pesten, stress, groepsdruk etc). Is je kind vooral snel boos op momenten dat er veel op hem afkomt, dan is het de moeite waard om te kijken of je een overprikkeld kind voor je hebt. Komt de boosheid meer voort uit de ontwikkelingsfase, uit het individu zelf (karakter) of blijft een kind op een onacceptabele manier zijn boosheid uiten ondanks dat de situatie is opgelost, dan is het belangrijk om samen met het kind een duidelijk plan te maken.

Maak een plan

Probeer je kind zoveel mogelijk te betrekken bij het maken van dit plan en maak hem* hiervoor ook mede verantwoordelijk i.p.v. het mede delen van nieuwe regels. Bespreek bijvoorbeeld wat er gebeurt in zijn lichaam en in zijn hoofd wanneer hij boos wordt, wat kan helpen wanneer hij boos wordt, wanneer en hoe je kan helpen om te voorkomen dat hij boos wordt, wat er gebeurt als het goed gaat etc. Probeer dingen uit om boosheid en stress op kwijt te kunnen, zoals in de kussens slaan, tegen een boksbal rossen, een potje voetballen tegen de muur buiten, heel hard op de trampoline springen, een rondje hardlopen, etc. Feit is wel dat bewegen een wetenschappelijk bewezen manier is om stress te ontladen. Zéker bij kinderen (en volwassenen) die van nature al meer fysiek zijn ingesteld.

*uiteraard bedoel ik hiermee ook meisjes, maar voor de schrijftaal is het makkelijker om even uit te gaan van 'hem' en 'hij'

Tips voor het maken van een gezamenlijk plan als je kind vaak boos is

  • spreek een nonverbaal teken of object af waarop je beide weet wat te doen (bijvoorbeeld het overhandigen van een rood stressballetje als de boosheid oploopt, waardoor het kind weet dat hij even tegen zijn boksbal gaat slaan totdat hij zich weer rustiger voelt)
  • gebruik een visueel iets om oplopende boosheid inzichtelijk te maken (bijvoorbeeld een metafoor van een vulkaan of een ballon die zich steeds meer vult totdat hij knapt, of plaatjes van een smiley die steeds bozer wordt, of zelfgetekende plaatjes zodat een kind zonder al te veel te hoeven praten kan aangeven waar hij zit qua emotie en beide partijen ook weten wat het beste helpt in de huidige situatie).
  • gebruik knuffels of poppetjes om indirect over gevoelens te praten als je kind dit lastig vindt
  • probeer geen gesprek te voeren op moment van enorme boosheid, laat het kind eerst uitrazen of help hem om rustig te worden. Altijd hetzelfde doen kan hierbij helpen om sneller weer rustig te worden (liedjes zingen of een melodietje neuriën op schoot, of even stevig vasthouden). Wat dit is, maakt niets uit (uiteraard moet het wel iets zijn wat bij je kind aansluit). Het gaat om het vertrouwde, rustgevende effect waardoor je kind weer tot zichzelf kan komen. Praten over het voorval doe je pas veel later als de rust is teruggekeerd.
  • gebruik op school/KDV/sportclub dezelfde afspraken hulpmiddelen of tekens indien de woede aanvallen zich hier ook voordoen
  • bewegen! Een heel belangrijke manier om stress te verlagen

Wees je er tenslotte van bewust dat het niet verkeerd is voor kinderen om de emotie boosheid te ervaren. Dit hoort bij het opgroeien en het is nodig dat kinderen hiermee ervaring krijgen om te oefenen in hoe ze er op adequate wijze mee om kunnen gaan. Het doel van dit artikel is dus ook niet om een plan te maken waarmee je de volledige emotie 'boosheid' kan voorkomen. Probeer een middenweg te vinden tussen 'op alle slakken zout te leggen' en een 'confrontatievermijdende aanpak voor de lieve vrede'. Choose you're battles.

Over de schrijver
Ik ben Lara van der Zwaag, orthopedagoog en oprichter van de Online Opvoed Uni. Ik help ouders van temperamentvolle en gevoelige kinderen om hun kind beter te begrijpen, steviger te reageren en patronen binnen het gezin te doorbreken. Mijn expertise ligt op het snijvlak van opvoeding, prikkelverwerking, emotieregulatie, gezinsdynamiek en overbelasting bij ouders.Binnen dat werk ben ik gespecialiseerd in parentale burn-out, ook wel ouderburn-out of ouderschapsburn-out genoemd. Ik zie dagelijks hoe intens ouderschap, voortdurende afstemming, mentale belasting en een kind dat structureel meer vraagt ouders langzaam kunnen uitputten. Niet alleen als individueel probleem, maar ook als iets wat doorwerkt in de dynamiek van het hele gezin.Met de Online Opvoed Uni bieden we ouders praktische en deskundige ondersteuning, met oog voor de unieke behoeften van hun kind, de patronen binnen het gezin en de draagkracht van de ouder zelf. Zodat ouders niet alleen meer grip krijgen op het gedrag van hun kind, maar ook op de manier waarop het ouderschap voor henzelf vol te houden blijft.