Ouderlijke uitputting uitleggen aan je omgeving kan enorm ingewikkeld zijn. Je weet dat je het zwaar hebt, maar dan nog is het vaak lastig om onder woorden te brengen wat er precies zo veel van je vraagt. Zeker als de mensen om je heen vooral losse momenten zien, terwijl jij de optelsom voelt van alles wat je dagelijks opvangt, regelt en probeert te voorkomen.
Daardoor kunnen goedbedoelde adviezen soms harder binnenkomen dan de ander bedoelt. Niet omdat iemand je wil kwetsen, maar omdat zulke reacties vaak volledig de plank mis slaan.
Wat het zo lastig maakt
Je raakt opgeslokt door de intensiteit die de opvoeding en het draaiende houden van het gezin van je vraagt. Je hebt last van de zwaarte die op jouw schouders rust en ligt avonden lang te piekeren en te twijfelen aan je eigen capaciteiten. En áls het je al lukt om over die hoge drempel te stappen om je zorgen en twijfels te delen met vrienden of familie, dan krijg je opmerkingen als: “ach.. je moet het gewoon even wat meer loslaten! Je zit er gewoon teveel bovenop!” of: “tja.. die tropenjaren hè, alle ouders zijn moe!” of: “oh, dat is een fase hoor, heb ik ook gehad, als je gewoon even wat consequenter bent, dan wordt het snel beter!”
Het is ongetwijfeld goed bedoeld. Mensen willen je geruststellen, je perspectief geven, misschien zelfs een beetje hoop meegeven. Maar wat daarin vaak meespeelt, is dat veel van die reacties voortkomen uit een beeld van ouderschap dat niet helemaal aansluit bij wat jij ervaart. Adviezen als “het is een fase” of “je moet gewoon wat consequenter zijn” gaan er impliciet vanuit dat de situatie overzichtelijk is, dat gedrag te sturen is en dat het met de juiste aanpak vanzelf lichter wordt.
Maar zo voelt het voor jou niet. Juist omdat jij degene bent die dagelijks ziet hoeveel afstemming er nodig is om het überhaupt werkbaar te houden. Jij merkt wat er gebeurt vóórdat iets escaleert, hoe snel een situatie kan omslaan als je nét niet op tijd bijstuurt, en hoeveel er van je gevraagd wordt om de dag enigszins soepel te laten verlopen. En precies daarom slaan die goedbedoelde opmerkingen vaak de plank mis. Die stuurlui aan wal hebben geen idee wat het vraagt om een kind op te voeden dat meer intensiteit, meer begeleiding of meer afstemming nodig heeft dan gemiddeld. Ze zien niet hoe het voelt om je door je eigen dagen heen te bewegen met het gevoel dat je steeds verder kopje onder gaat.
Maar hoe leg je dat uit?
Zo kan je het bespreekbaar maken
Wat vaak helpt, is om niet te beginnen met “ik ben moe” of “het is druk”, omdat mensen dat al snel invullen vanuit hun eigen ervaring. Je kunt beter uitleggen dat het niet gaat om één zware dag, maar om een langere periode waarin je voortdurend meer moet dragen dan je kunt herstellen. Bijvoorbeeld door te zeggen:“Ik merk dat ik al langere tijd over mijn grens ga. Het gaat niet om een drukke week of een fase die vanzelf overwaait, maar om een situatie waarin ik steeds minder herstel en mezelf steeds minder herken in hoe ik reageer. Ik vind het lastig om dit uit te spreken, omdat ik bang ben dat het klinkt alsof ik klaag of alsof ik het niet aankan, maar juist daarom wil ik het toch zeggen. Wat mij nu zou helpen, is niet meteen advies, maar dat je met me meedenkt over hoe er praktisch iets van mijn schouders af kan.” Daarmee maak je duidelijk dat het serieus is, zonder dat je in een lang betoog hoeft uit te leggen waarom iedere dag zo zwaar voelt. Wil je dit vooral met je partner bespreken, dan kan het helpend zijn om ook het artikel over wat je kunt doen wanneer je partner uitgeput raakt door het ouderschap samen te lezen. Soms is het voor de ander makkelijker om te begrijpen wat er speelt wanneer het niet alleen uit jouw woorden hoeft te komen.
Als iemand dan vervolgens vraagt wat hij of zij voor je kan doen, kan dat super ongemakkelijk voelen. Niet omdat je geen hulp nodig hebt, maar omdat je waarschijnlijk al zo lang gewend bent om alles zelf te overzien dat zelfs hulp vragen weer voelt als iets wat je moet organiseren. Toch is het belangrijk om op dat moment zo concreet mogelijk te worden. Je kunt bijvoorbeeld zeggen: “Wat mij het meest zou helpen, is niet dat ik moet bedenken wanneer ik je kan vragen, maar dat je iets concreets aanbiedt. Bijvoorbeeld een keer eten meenemen, mijn kind uit school halen, een uur lang hier zijn zodat ik even niet overal verantwoordelijk voor ben, of over een paar dagen opnieuw vragen hoe het gaat.” Daarmee maak je duidelijk dat steun niet groot of ingewikkeld hoeft te zijn, maar juist praktisch en herhaalbaar. Want juist als je overbelast bent, is “laat maar weten als ik iets kan doen” vaak te veel gevraagd; dan moet jij alsnog bedenken wat er nodig is, inschatten of het niet te veel gevraagd is, en de stap zetten om het te vragen. Veel helpender is steun die iets van die mentale belasting overneemt, in plaats van er nog een taak aan toe te voegen.
Als je omgeving niet goed begrijpt wat er bij je speelt, kan dat je het gevoel geven dat je er alleen voor staat. Alsof jij de enige bent die dit zo ervaart, of alsof je het blijkbaar niet goed genoeg uitlegt. Maar soms ontbreekt het niet aan woorden, maar aan mensen die echt kunnen zien hoe veel er achter die woorden schuilgaat. En als jij nu in zo’n periode zit, waarin je je niet begrepen voelt en ondertussen toch elke dag doorgaat, weet dan dat dat niet betekent dat jouw ervaring minder waar is.Na het begeleiden van duizenden ouders die dit gevoel herkennen, kan ik je één ding met zekerheid zeggen: je bent niet gek, het ligt niet aan jou en je bent zéker niet de enige. Het feit dat het je te veel wordt, betekent niet dat jij tekortschiet, maar dat er al veel te lang te veel op jouw schouders rust.






