Veel ouders merken pas hoe vol hun emmertje zit op het moment dat iets kleins ineens te veel voelt. Een kind dat voor de dertigste keer in 1 minuut MAMAAAAAA roept, een beker die omvalt, een geluidje dat je normaal amper zou opmerken maar dat nu dwars door je heen lijkt te gaan, of een vraag die op zichzelf heel redelijk is terwijl je merkt dat het je bloed laat koken.
Dat kan verwarrend zijn, vooral als je jezelf niet herkent in je eigen reactie. Waarom komt dit zo hard binnen? Waarom reageer ik zo snel, terwijl ik ergens best weet dat dit ene moment niet zo groot is?
Je kunt prikkelverwerking zien als een emmertje. Als je een (hoog)gevoelig kind hebt die al vanaf baby af aan sterk reageerde op prikkels, zal dat je vast niet onbekend voorkomen en weet je feilloos hoe je zoveel mogelijk die overstroming van de emmer (oftewel: overprikkeling, oftewel: terror huilbuien en drifbuien to the max) kunt overkomen.
Maar ook in de volwassenheid heb je nog steeds zo'n zelfde emmertje.
Alles wat op een dag bij je binnenkomt, vult dat emmertje een beetje verder: geluiden, vragen, emoties, planning, zorgen, overgangen, conflicten, verwachtingen, onderbroken worden, vooruitdenken en onthouden wat er allemaal nog moet gebeuren. Zolang er tussendoor genoeg momenten zijn waarop dat emmertje weer leger kan worden, hoeft dat niet zo’n probleem te zijn. Dan komt er iets bij, maar er gaat ook weer iets uit. Je kunt een lastige ochtend hebben en later op de dag toch weer wat ruimte voelen. Maar als er steeds meer bijkomt dan eruit kan, komt er een moment waarop iets kleins al genoeg is om het emmertje te laten overlopen. En als jij al een tijdje aan het afstevenen bent op een ouderburn-out dan zit jouw emmertje eigenlijk chronisch tot de rand toe gevuld. waardoor je zal merken dat je meer en meer (over)gevoelig reageert op prikkels.
Prikkels zijn meer dan geluid en drukte
Als we het over prikkels hebben, denken veel mensen al snel aan harde geluiden, fel licht of drukke ruimtes. Dat zijn inderdaad prikkels, maar in een gezin komt er vaak veel meer binnen dan dat. Een prikkel kan ook een kind zijn dat steeds iets vraagt terwijl jij probeert te koken, een overgang van school naar thuis die elke dag gevoelig ligt, een kind dat boos wordt omdat iets anders loopt dan verwacht, een huilbui, een volle wasmand, een bericht van school, een onverwachte wijziging in de planning of een broertje of zusje dat ook aandacht nodig heeft.
En dan zijn er nog de prikkels die minder zichtbaar zijn, maar wel veel van je vragen. De sfeer in huis aanvoelen, inschatten of je kind nog iets aankan, vooruitdenken over wat er straks mis kan gaan, je eigen reactie inhouden omdat je weet dat jouw toon invloed heeft op de rest van de middag. Vooral dat laatste wordt vaak onderschat. Je verwerkt niet alleen wat er gebeurt, maar ook wat er kan gebeuren als jij niet op tijd bijstuurt. Juist dat maakt het ouderschap bij gevoelige, temperamentvolle of anderszins intensieve kinderen vaak zo vermoeiend op een manier die moeilijk uit te leggen is.
Niet omdat je kind “te veel” is, maar omdat er op sommige dagen bijna 24/7 complete stortvloeden aan prikkels in jouw emmertje worden gekieperd met een kracht waar een brandweerslang jaloers op zou zijn. Alles wat je moet opmerken, inschatten, voorkomen, opvangen en bijsturen komt daar nog eens bovenop. En als er ondertussen nauwelijks iets uit dat emmertje kan, is het niet zo vreemd dat één klein druppeltje uiteindelijk genoeg is om de boel te laten overlopen.
En wanneer jouw emmertje overloopt, wordt jouw stresssysteem geactiveerd.Je stresssysteem is bedoeld om je tijdelijk alerter te maken wanneer er iets spannends, onverwachts of intens gebeurt. Je lichaam maakt dan onder andere stresshormonen aan, zoals cortisol, waardoor je sneller kunt reageren en beter kunt inschatten wat er nodig is. Dat is op korte termijn heel functioneel. Maar als die prikkeltoevoer maar doorgaat en er te weinig momenten zijn waarop je echt kunt herstellen, blijft je lichaam vaker in die alerte stand hangen. Onderzoekers noemen die opeenstapeling van langdurige stressbelasting ook wel allostatic load:de belasting die ontstaat wanneer je lichaam steeds opnieuw in de actiestand moet, maar te weinig kans krijgt om weer terug te keren naar een ontspannen stand.. Daardoor wordt je emmertje niet alleen voller, maar ook gevoeliger. Je raakt sneller geprikkeld, komt minder makkelijk tot herstel en belandt in een vicieuze cirkel waarin stress ervoor zorgt dat prikkels harder binnenkomen, waardoor je weer meer stress ervaart.
Waarom ouders van intensieve kinderen sneller overprikkeld raken
Als je een kind hebt dat snel overprikkeld raakt, sterk reageert op veranderingen, veel emoties laat zien of meer begeleiding nodig heeft, dan ben je als ouder vaak continu bezig met voorkomen, opvangen en bijsturen. Je ziet eerder wanneer iets dreigt om te slaan. Je voelt wanneer je kind spanning opbouwt. Je weet dat een ogenschijnlijk kleine verandering later op de dag nog gevolgen kan hebben.
Daar komt nog iets bij wat vaak wordt vergeten: veel gevoelige kinderen hebben die gevoeligheid niet van een vreemde. Regelmatig zie ik dat een kind deze aanleg van één of beide ouders heeft meegekregen, waardoor jij als ouder zelf misschien ook al gevoeliger bent voor geluid, spanning, emoties, veranderingen of een volle dag met weinig herstelmomenten. Dat betekent dat je niet alleen het emmertje van je kind helpt dragen, maar dat jouw eigen emmertje óók sneller vol kan raken.
En juist die combinatie kan echt extreem pittig zijn. Je helpt je kind reguleren, terwijl je zelf misschien ook totaal overprikkeld bent. Je probeert overzicht te houden waar je kind dat kwijt is. Je blijft afstemmen op wat je kind aankan, terwijl jij ondertussen ook moet verwerken wat er allemaal gebeurt. Je bent niet alleen ouder, maar ook vertaler, voorspeller, buffer en degene die vaak al ingrijpt voordat anderen überhaupt zien dat er iets speelt.
Dat vraagt veel meer dan alleen praktisch zorgen. Je draagt niet alleen de zichtbare momenten, maar ook alles wat eraan voorafgaat: het inschatten van prikkels, het voorkomen van ontlading, het voorbereiden van overgangen, het aanpassen van plannen en het overeind houden van de sfeer in huis. Dat is liefdevol werk, maar laten we eerlijk zijn: het kost BAKKEN ENERGIE!
Wat helpt als je emmertje steeds sneller overloopt
En nou hoor ik je zeggen: “Ik probeer echt wel momenten voor mezelf te nemen, maar het helpt niet genoeg.” Dat is heel herkenbaar. Want als je gewend bent geraakt aan voortdurend opletten, stopt dat niet automatisch op het moment dat je even zit. Je lichaam kan stil zijn, terwijl je hoofd nog steeds bezig is met wat er straks moet gebeuren. Of misschien hoor je zelfs wel je kinderen roepen of huilen zonder dat dat werkelijk gebeurt. Je kunt op de bank zitten en toch vanbinnen nog volop in standje 'alert' staan waardoor je je opgejaagd voelt terwijl je zelf vindt dat je ontspannen zou moeten zijn.
Daarom kan herstel bij ouderburn-out zo frustrerend voelen. Je doet iets wat zou moeten helpen, maar je merkt dat je niet echt oplaadt. Of je voelt je heel even iets beter, maar zodra het gezinsleven weer begint, zit je binnen korte tijd opnieuw vol. Dat betekent niet dat die momenten zinloos zijn. Het betekent wel dat je waarschijnlijk meer nodig hebt dan af en toe een onderbreking. Je emmertje heeft niet alleen heel even pauze nodig, maar ook minder aanvoer en meer momenten waarop er echt iets uit kan. Als dezelfde hoeveelheid prikkels, verantwoordelijkheid en afstemming gewoon blijft doorgaan, is het logisch dat je na een korte onderbreking snel weer op hetzelfde punt zit.
Wat vaak helpt, is niet om alle prikkels te willen vermijden. Dat kan niet, zeker niet in een gezin. Maar je kunt wel scherper kijken waar de grootste opstapeling ontstaat. Soms zit dat in de ochtend, wanneer iedereen tegelijk iets nodig heeft. Soms in het moment na school, wanneer je kind ontlaadt en jij eigenlijk ook al aan je grens zit. Soms in de avondspits, wanneer de dag bijna klaar lijkt, maar er nog eten, douchen, tandenpoetsen, pyjama’s, vragen en uitgestelde emoties voorbij komen.
Als je weet waar jouw emmertje steeds het meest volloopt, kun je gerichter kijken wat daar kleiner, voorspelbaarder of minder belastend kan worden. Dat kan heel praktisch zijn. Minder keuzes op een gevoelig moment. De overgang na school eenvoudiger maken. Niet meteen praten wanneer je kind binnenkomt, maar eerst iets laten zakken. Zelf eerder uit de situatie stappen voordat je merkt dat je ontploft. Of met je partner afspreken dat één van jullie op een bepaald moment niet beschikbaar hoeft te zijn voor alles en iedereen.
Het hoeft niet groot te zijn om verschil te maken. Sterker nog, bij ouderburn-out en overbelasting zijn grote plannen vaak juist te veel. Het gaat eerder om kleine aanpassingen die zorgen dat er meer uitstroom en minder instroom in dat emmertje van jou komt.
Wat ik belangrijk vind om te benoemen, is dat overprikkeling bij ouders vaak gepaard gaat met schaamte. Omdat je merkt dat je kind je sneller irriteert. Omdat geluiden of aanrakingen minder prettig binnenkomen. Omdat je soms verlangt naar stilte of afstand, terwijl je tegelijkertijd ontzettend veel van je kind houdt. Dat kan naast elkaar bestaan. Je kunt van je kind houden en toch merken dat je emmertje vol is waardoor je die ene liefbedoelde knuffel even niet kunt verdragen.






