Je haalt je kind op van school. Het zwaait vrolijk, of stapt in de auto alsof er niks aan de hand is. Je denkt: ‘Top, vandaag is een goeie dag.’
En dan kom je thuis.
Nog geen vijf minuten later vliegt de eerste driftbui je om de oren. Je kind gilt. Of smijt iets op de grond. Of loopt alleen maar te klieren, te huilen, of zegt op alles wat je vraagt: ‘NEE!’.
Veel ouders vertellen me dan: "Hij was zó lief op school, en thuis barst het ineens los."
En eerlijk? Dat is geen toeval.
After school restraint collapse: wat is dat?
Wat jij ziet als lastig gedrag, is eigenlijk een uiting van iets diepers: een overbelast zenuwstelsel dat eindelijk durft los te laten.
Op school houden kinderen zich vaak de hele dag in. Ze proberen stil te zitten, samen te spelen, zich aan regels te houden, op hun beurt te wachten, en vooral: het goed te doen.
Vooral (hoog)gevoelige en temperamentvolle kinderen vergen dit soort dagen veel. Ze pikken de sfeer op, voelen spanning in hun lijf, zijn extra gevoelig voor prikkels of verwachtingen, en hebben vaak moeite met schakelen tussen situaties.
En wat gebeurt er dan zodra ze thuiskomen, op hun veiligste plek?
Dan komt de ontlading. Niet omdat ze onbeleefd zijn. Niet omdat ze jou iets willen aandoen. Maar omdat het zenuwstelsel zegt: ik kan niet meer.
Dat fenomeen noemen we ook wel after school restraint collapse. En het is geen onwil, maar overbelasting.
Het lijkt uit het niets te komen. Maar dat is het nooit.
Vaak hoor ik: "Het kwam echt zomaar. We zaten gewoon aan tafel." Maar meestal is zo'n bui het laatste druppeltje in een lange, onzichtbare optelsom van microstressjes:
- Te veel prikkels
- Te weinig pauze
- Te veel aanpassing
- Te weinig herstel
Het zenuwstelsel kan dat best even dragen. Maar zonder kleine ontladingsmomenten overdag, komt het er uiteindelijk toch uit. En dat gebeurt meestal thuis.
Dus wat kun je doen als ouder?
Allereerst: besef dat je kind niet lastig ís. Het heeft het lastig.
En dat jij in dat moment niet hoeft uit te leggen, te corrigeren of te analyseren. Je hoeft alleen maar één ding te zijn: veilig.
En die veiligheid zit soms in heel kleine dingen:
- Een repeterend liedje zachtjes zingen met de naam van je kind
- Samen onder een deken of onder de tafel kruipen
- Een appel in stukjes snijden en een rietje in een flesje doen
- Op je buik op het vloerkleed liggen, zonder iets te zeggen
Kleine zintuiglijke acties die het zenuwstelsel helpen reguleren. Die zeggen: ik ben bij je, ook nu.
Dat is co-regulatie. En het is zó krachtig.
Wil je hier mee oefenen?
Ik heb een printable gemaakt: het thuiskomst-recept. Daarin staan vier simpele stappen die je helpen om je kind na school op te vangen op een manier die niet uitlegt, maar écht ondersteunt.
Wil je hem ontvangen? Je kunt hem hier gratis downloaden