Bij een driftbui is je kind zo vol van boosheid of teleurstelling dat het zichzelf even niet kan afremmen. Bij een dreumes en een peuter horen ze bij de ontwikkeling, bij een kleuter worden ze meestal korter en zeldzamer, en bij oudere kinderen vragen ze een andere aanpak. Wat in elke fase helpt, is hetzelfde begin. Eerst zorg je dat de bui veilig uitraast, en pas als je kind is bijgekomen, praat je erover.
Op de grond in de supermarkt
Je staat bij de kassa. Je dochter van 2 ziet de kinderchocolade die daar niet voor niets op ooghoogte ligt, en jij zegt nee. Binnen 3 seconden ligt ze op de grond. Ze schopt, ze krijst, ze slaat jouw hand weg als je haar overeind wilt helpen. Achter je zucht iemand, de caissière kijkt net iets te lang, en jij voelt je wangen warm worden.
De kans is groot dat je op dat moment 2 dingen tegelijk probeert te doen. Je wilt je kind kalmeren en je wilt dat de mensen om je heen zien dat je dit onder controle hebt. Die 2 bijten elkaar. Wie snel moet sussen voor het publiek, gaat praten, uitleggen, onderhandelen of toch die chocolade geven. En een kind in een driftbui kan op dat moment geen woord van die uitleg verwerken.
Wat er gebeurt in het hoofd van je kind
Het vermogen om te remmen, na te denken en woorden te zoeken is bij jonge kinderen nog volop in ontwikkeling. Als je kind zo boos is, lukt luisteren en nadenken vaak minder goed. Daarom helpt redeneren tijdens een bui zo weinig, en houd je je uitleg beter kort.
Wat wel binnenkomt, is jouw toon, jouw lijf en jouw tempo. Een ouder die zacht en langzaam praat, die naast het kind gaat zitten en niet boven het kind uittorent, geeft het zenuwstelsel van dat kind iets om zich aan vast te houden. Dat heet co-regulatie. Jij leent je kind even jouw kalmte, tot het zelf weer kan.
Bij temperamentvolle en gevoelige kinderen loopt de spanning vaak sneller en hoger op. Ze voelen een teleurstelling heftiger, merken een overgang eerder en hebben minder rek als ze moe zijn. Dat heeft met hun aanleg te maken. Kijk daarnaast ook naar de verwachtingen thuis, naar hoe jullie op elkaar reageren en naar wie de zorg draagt. Bij deze kinderen loont het om eerder en vaker te voorkomen.
Driftbuien bij een dreumes van 1 tot 2 jaar
Een dreumes wil van alles en kan nog bijna niets zeggen. Die combinatie is de brandstof van de eerste driftbuien. Hij wil zelf de lepel vasthouden, hij wil de trap op, hij wil die afstandsbediening, en hij kan je niet vertellen waarom het zo belangrijk is. Dan komt het eruit via zijn lijf, met gooien, met zijn hoofd achterover of plat op de vloer.
Op deze leeftijd werkt afleiden vaak nog uitstekend. Draag hem even naar het raam, laat de vogel zien, geef de echte lepel in plaats van de plastic. Benoem in een paar woorden wat je ziet, zoals "Jij wilde zelf. Boos!" Dat is genoeg. Wat een dreumes onthoudt, is dat jij erbij bleef. Let ook op slaap en eten, want een dreumes die zijn middagslaapje mist of al 3 uur niets gegeten heeft, gaat bij het kleinste nee onderuit.
Driftbuien bij een peuter van 2 en 3 jaar
Dit is de leeftijd waarop driftbuien het vaakst voorkomen en het hardst binnenkomen. Je peuter ontdekt dat hij een eigen wil heeft, en hij ontdekt tegelijk dat de wereld vol nee's zit. Aankleden, tandenpoetsen, de jas aan, de tablet uit. Elke overgang kan een bui opleveren.
Wat helpt, is minder strijd vooraf. Geef 2 keuzes waar je allebei mee kunt leven, zoals de gele of de groene handdoek, eerst je pyjama of eerst tandenpoetsen. Kondig overgangen aan met iets dat hij kan zien, een zandloper of een timer op de keukenkast. En als de bui er toch is, blijf dan dichtbij, zeg weinig en bewaak dat niemand zich pijn doet. "Ik ben hier. Ik laat je niet slaan. Ik wacht hier met je." Geef niet alsnog toe aan waar de bui om begon, want dan leert hij dat buien werken. Bied wel nabijheid of troost aan en kijk of je kind dat prettig vindt. Duwt het je weg, blijf dan rustig in de buurt.
Extreme driftbuien bij een peuter, met minutenlang krijsen, zijn voor ouders doodeng om mee te maken. Meestal horen ze gewoon bij deze leeftijd.
Driftbuien bij een kleuter van 4 tot 6 jaar
Een kleuter heeft meer woorden en meer begrip, en toch kan een bui nog flink uithalen. Vaak gaat het nu om rechtvaardigheid en controle. Zijn broertje kreeg het grootste stuk, de toren viel om, hij moest stoppen met spelen terwijl het spel net leuk werd. Na een schooldag is hij vaak moe, want hij heeft de hele dag zijn best gedaan om zich aan te passen. Dan komt de spanning er thuis soms ineens uit.
Een kleuter kan je al leren wat hij doet als hij boos wordt. Spreek op een rustig moment samen af waar hij naartoe kan, bijvoorbeeld een hoekje met een kussen en een knuffel, en noem dat zijn rustplek. Oefen het als een spelletje. Na een bui kun je terugkijken in een paar zinnen. "Je was zo boos dat je je toren omver schopte. Wat had je nodig?" Houd het kort, want een lang gesprek voelt voor een kleuter als een tweede straf.
Driftbuien bij een kind van 7 jaar en ouder
Naarmate kinderen ouder worden, worden driftbuien meestal zeldzamer. De leeftijden in dit artikel zijn een richting, geen harde grens. Komen de buien op deze leeftijd nog vaak voor, kijk dan naar wat eronder ligt. Moeheid, overprikkeling, spanning op school, overgangen en de behoefte aan grip kunnen allemaal meespelen.
Het verschil met een peuter is dat je met een ouder kind echt kunt samenwerken. Bespreek samen wat de signalen zijn dat de bui eraan komt, zoals een rood hoofd, harder praten of deuren die dichtgaan. Spreek af wat hij dan mag doen, zoals naar zijn kamer, muziek op of buiten een rondje fietsen. Maak er een plan van dat hij zelf mee heeft bedacht, want een kind van 8 voert zijn eigen plan beter uit dan het jouwe. Is je kind van 8 tot 10 vooral vaak en lang boos, dan lees je meer in mijn artikel over een kind dat vaak boos is.
Wat je doet als de bui al bezig is
Op elke leeftijd helpt dezelfde volgorde. Eerst veilig, dan kalm, dan pas praten.
Veilig betekent dat niemand zich pijn doet en niets kapot gaat. Neem eerst wat afstand, haal spullen weg waarmee iemand zich pijn kan doen en haal een broertje of zusje veilig uit de buurt. Kalm betekent dat jij zo min mogelijk toevoegt. Weinig woorden, laag stemvolume, geen preek. Ga op ooghoogte zitten als je kind dat toelaat en blijf op afstand als het je wegduwt. Praten komt pas als de storm is gaan liggen. Dan benoem je wat er gebeurde, en waar nodig herstel je samen wat er stuk ging.
Lukt het jou zelf niet meer om kalm te blijven, dan ben je niet de enige. Een ouder die al lang op is, heeft minder kalmte om uit te lenen. Merk je dat je steeds sneller ontploft? Kijk dan eerst hoeveel jij op dit moment draagt, voordat je aan de aanpak van je kind gaat sleutelen.
Wanneer je verder laat kijken
De meeste driftbuien horen bij de ontwikkeling en worden vanzelf minder. Herken je een van deze dingen, dan kun je het eens bespreken met het consultatiebureau of de jeugdarts, bijvoorbeeld als
- je kind zichzelf of anderen bij veel buien pijn doet;
- de buien heel lang duren of vaak per dag terugkomen;
- je kind na een bui heel lang ontroostbaar of uitgeput is;
- de buien met de jaren heftiger worden in plaats van minder;
- er ook zorgen zijn over slaap, eten, taal of contact met andere kinderen.
Thema Driftbuien
Je weet nu hoe een driftbui per leeftijd verandert, en dan ligt je kind toch weer op de grond en moet je iets zeggen. In het thema Driftbuien staat wat je vooraf kunt doen, hoe je een bui klein houdt als hij begint en hoe je hem veilig doorstaat, met letterlijke zinnen voor jonge en voor oudere kinderen. Elke les staat er als video, audio en tekst, en zit je er middenin, begin dan met de les over driftbuien indammen.
Ben je lid, dan vind je dit thema in de ledenomgeving. Je kunt het ook los kopen, met levenslang toegang. Bekijk het thema Driftbuien of lees meer over het lidmaatschap.