Een kind dat zichzelf slaat, bijt of met het hoofd tegen de muur bonkt, doet dat vrijwel altijd omdat de spanning te hoog wordt en er geen andere uitweg is. Bij dreumesen en peuters hoort het regelmatig bij de leeftijd, omdat ze de woorden en de rem nog missen. Bij een ouder kind is het een serieuzer signaal en zegt het vaker iets over hoe je kind naar zichzelf kijkt. Wat je op het moment zelf doet, is rustig blijven, zorgen dat je kind zichzelf niet echt kan beschadigen en zo min mogelijk praten. Duurt het al weken, gebeurt het dagelijks of raakt je kind echt gewond, neem dan contact op met je huisarts of de jeugdarts.
Wat het meestal betekent als een kind zichzelf slaat
Er is bijna geen gedrag dat ouders zo laat schrikken als dit. Dat een kind slaat naar een ander, kun je nog plaatsen. Maar een kind dat met de vlakke hand op zijn eigen hoofd beukt of in zijn eigen arm bijt, raakt aan iets waar je als ouder direct van in de stress schiet. Je denkt aan wat het betekent, aan wat anderen ervan zullen vinden, en aan de vraag of je iets verkeerd hebt gedaan.
In verreweg de meeste gevallen is het iets veel simpelers dan het eruitziet. Er ontstaat spanning, die spanning moet ergens heen, en het lichaam is de enige uitgang die er op dat moment is. Voor een jong kind is dat niet eens zo vreemd. Het kan nog niet zeggen wat er is, het kan zichzelf nog niet afremmen, en het merkt dat die harde klap of die beet even iets doet met de spanning die er zit. Sommige kinderen gaan gooien, andere gaan schoppen, en weer andere keren het naar binnen.
Er speelt bij een deel van de kinderen nog iets mee. De pijn zelf geeft een sterke, duidelijke prikkel, en die overstemt tijdelijk de wirwar aan gevoel die eronder zit. Dat effect ken je waarschijnlijk zelf van een muggenbult, waar je met je nagel een kruisje in zet omdat die scherpe streep de jeuk een paar tellen wegdrukt. Het is niet dat de bult daarvan geneest, je hebt er alleen even iets duidelijkers voor in de plaats. Bij een kind dat zichzelf slaat gebeurt precies hetzelfde, alleen dan met spanning in plaats van jeuk. Dat maakt het gedrag niet gezond, maar het maakt wel begrijpelijk waarom het terugkomt.
Bij een dreumes en peuter hoort het vaak bij de leeftijd
Rond de eerste en tweede verjaardag zie je het het vaakst. Je kind weet precies wat het wil, kan het niet uitleggen, en heeft nog nauwelijks controle over wat het lichaam doet als de frustratie oploopt. Het slaan op het hoofd, het bonken in bed voor het slapen en het bijten in de eigen hand komen bij een grote groep kinderen voor, en bij de meesten verdwijnt het weer zodra de taal op gang komt.
Wat je dan ziet, hangt vaak samen met hoe vol de dag was. Een ochtend met veel indrukken, een middag zonder slaap en een supermarkt aan het eind maken de kans op zo'n moment veel groter. Als je kind gevoelig is voor prikkels, zie je het bijna altijd op vaste momenten terugkomen, meestal aan het eind van de ochtend en aan het eind van de middag.
Kijk hier vooral naar het patroon en niet naar het losse moment. Als het één of twee keer per week gebeurt in situaties die je kunt aanwijzen, en je kind is er verder vrolijk en betrokken bij, dan hoort het bij deze fase van de ontwikkeling.
Bij een ouder kind is het een ander signaal
Vanaf een jaar of vijf, zes verandert de betekenis. Een kind van die leeftijd heeft taal, kan zichzelf beter afremmen en snapt dat pijn doen niet helpt. Als het zichzelf dan nog steeds slaat, zit er meestal meer onder.
Wat ik daar het vaakst achter vind, is schaamte. Je kind is boos geworden, of het is iets niet gelukt, en het oordeel dat daarop volgt is naar binnen gericht. Kinderen zeggen op dat moment dingen als "ik ben stom" of "ik kan ook niks", en het slaan hoort bij diezelfde beweging. Bij kinderen die veel van zichzelf verwachten, en dat zijn vaak juist de gevoelige en pientere kinderen, zie je dit patroon regelmatig.
Het kan ook gaan over onmacht bij iets wat structureel te zwaar is, zoals een schooldag die elke dag te veel vraagt. En soms is het aangeleerd, doordat het gedrag in het verleden opluchting of aandacht opleverde op een moment dat er anders niets kwam.
Wat je op het moment zelf doet
Blijf zo rustig als je kunt en ga dichtbij zitten, op ooghoogte. Je hoeft niets te zeggen. Praten, uitleggen of vragen stellen komt op dit moment niet aan, want het denkende deel van de hersenen doet even niet mee.
Zorg dat je kind zichzelf niet echt kan beschadigen. Leg je hand tussen het hoofd en de muur, of houd rustig de arm vast met de mededeling dat je hem even vasthoudt. Doe dat kalm en zonder kracht, want een stevige greep maakt de spanning groter.
Reageer niet groter dan nodig. Schrikken, streng worden of juist heel veel troost geven zorgt er soms voor dat het gedrag vaker terugkomt, omdat het iets oplevert. Wees er, houd het veilig, en wacht tot de golf zakt.
Kom er pas daarna op terug, en houd het kort. Iets als "dat was heftig, je was heel boos, en ik hou je vast zodat je jezelf geen pijn doet" is genoeg. Meer woorden voegen op dat moment niets toe.
Wat je erna doet, als het rustig is
Ga op zoek naar het patroon. Schrijf een week lang op wanneer het gebeurde, wat eraan voorafging en hoe lang het duurde. Bijna altijd rolt daar een paar vaste momenten uit, en dan weet je waar je kunt ingrijpen voordat de spanning oploopt.
Leer je kind daarnaast een andere uitgang. Dat werkt alleen als je het oefent op een rustig moment, niet in de bui zelf. Denk aan hard stampen, in een kussen knijpen, of even naar een vaste plek gaan waar het rustig is. Bij oudere kinderen helpt het ook om samen woorden te zoeken voor wat er gebeurt, zodat er iets is om te zeggen in plaats van te doen.
Kijk ten slotte naar de dag als geheel. Bij veel kinderen die zichzelf pijn doen, is het niet één ding dat misgaat maar een dag die structureel te vol zit. Als de driftbui elke dag rond hetzelfde tijdstip komt, zegt dat meer over de planning dan over je kind.
En kijk ook even naar jezelf. Dit gedrag zien en er rustig bij blijven kost enorm veel, dag in dag uit. Als je merkt dat je zelf op bent en steeds korter reageert, is de Ouderbelasting Zelftest een manier om in een paar minuten te zien hoe zwaar je er op dit moment voor staat.
Wanneer je contact opneemt met de huisarts of jeugdarts
Neem contact op met je huisarts of met de jeugdarts van het consultatiebureau of de schoolarts als het gedrag dagelijks voorkomt, als het al langer dan een paar maanden speelt zonder af te nemen, of als je kind zichzelf echt bezeert. Doe dat ook als je kind ouder is dan zes en zichzelf blijft slaan, als het erbij zegt dat het zichzelf stom of slecht vindt, of als het gedrag opeens begint terwijl het er eerder niet was.
Neem eerder contact op als je twijfelt over gehoor, zicht of de taalontwikkeling, en ook als je kind hoofdpijn of oorpijn kan hebben. Bonken op het hoofd is soms een reactie op pijn die je kind niet kan benoemen.
Wacht ook niet af als je merkt dat je zelf bang wordt van de situatie, of dat je niet meer weet hoe je moet reageren. Dat is geen teken dat je faalt als ouder. Het is de reden dat er hulp bestaat.






