Als je dit denkt, ben je vooral een uitgeputte ouder. Eerst even een virtuele knuffel voor jou.
Een kind met ADHD vraagt de hele dag door om sturing, herhaling en toezicht, en dat stapelt op een manier die van buitenaf onzichtbaar blijft. Wat helpt is het aantal momenten verkleinen waarop het misgaat, en zorgen dat jij ergens op de dag weer even oplaadt. Nóg strenger worden helpt bij dit type kind zelden. Merk je dat je echt niet meer kunt opladen en dat je je leeg en uitgeput blijft voelen, dan gaat het niet langer alleen over je kind.
Waarom een kind met ADHD zoveel van je vraagt
Stel je eens voor: een gezin waar alles soepel loopt. Er hangt een gelamineerd dagschema op de koelkast, er staat een timer die iedereen respecteert, en de moeder zegt één keer rustig "we gaan aankleden" waarna er ook daadwerkelijk iemand een sok pakt.
Dat gezin bestaat niet.
In een realistisch gezin waarin sprake is van een kind met ADHD wordt de sok per toeval gevonden in de besteklade, weer kwijtgeraakt, toch weer teruggevonden achter de bank, en dan alsnog niet aangetrokken omdat er een vlieg langsvloog.
Herkenbaar? Dat komt niet doordat jij het verkeerd doet. Een kind met ADHD heeft moeite met beginnen, met doorgaan, met stoppen, en met het inschatten van hoe lang iets duurt. Alle vier die dingen moet iemand anders er dus bij doen. En die iemand ben jij, bij elke overgang van de dag opnieuw. Opstaan, aankleden, ontbijten, jas, school, huiswerk, eten, tandenpoetsen, bed. Reken dat eens door voor een gewone dinsdag.
Daar komt bij dat je ook nog de rem bent op alles wat impulsief gebeurt. Je waarschuwt voordat er iets omvalt, je grijpt in voordat er iets kapotgaat, je let op bij de weg, bij de trap, bij de kat. Je staat de hele dag op scherp, en op scherp staan kost energie, ook als er uiteindelijk niets gebeurt.
Wat er onder "ik word gek van je" zit
Bijna elke ouder die dit tegen zichzelf denkt, denkt er meteen achteraan dat dat niet mag. En dan volgt de schuld, en de schuld kost óók energie, waardoor de negatieve spiraal is ingezet.
Dus laat ik het dan maar gewoon zeggen: die gedachte betekent dat er een grens bereikt is van wat je kunt opbrengen zonder tussendoor bij te tanken. Hoe graag je je kind ziet, staat daar helemaal los van. Je zou het bij een collega ook niet uitleggen als 'een karakterfout' als die na acht maanden driedubbele diensten ineens een beetje kortaf begint te worden.
Toch moet je iets met dat signaal. Een ouder die op is, raakt precies datgene kwijt wat een kind met ADHD het hardste nodig heeft, namelijk een kalme, voorspelbare volwassene die overeind blijft als het thuis stormt. Dat is de rare wreedheid van deze situatie. Je kind vraagt het meest van je op het moment dat jij het minste over hebt.
Waarom het thuis erger is dan op school
"Op school gaat het prima" is een zin waar veel ouders van deze kinderen kribbig van worden, en terecht. Hij klopt vaak wel, en hij wordt gebruikt alsof hij iets over jou zegt.
Wat er in werkelijkheid gebeurt, is dat je kind zich op school de hele dag bij elkaar houdt. Er is structuur, er zijn andere kinderen die meekijken, en er is een juf die geen moeder is. Dat inhouden is topsport, en topsport houd je niet eindeloos vol. Om kwart over drie ben jij aan de beurt.
Bij veel kinderen zit daar bovendien een flinke lading prikkels onder, van geluid in de gang en licht in het lokaal tot 28 kinderen die allemaal iets doen. Die zijn niet weg als de deur dichtgaat, die komen mee naar huis en gaan er in de keuken alsnog uit. Wat je 's middags ziet, is dus de rekening van een dag volhouden. Dat maakt het niet minder zwaar voor jou, het maakt het alleen wél verklaarbaar.
Wat er wél scheelt op een gewone doordeweekse dag
De eerlijke waarheid is dat je van een kind met ADHD geen ander kind maakt. Wat je wel kunt, is het aantal momenten waarop het misgaat naar beneden brengen. Dat scheelt in de praktijk meer dan welk opvoedtrucje ook.
Kijk eerst naar wáár het bij jullie misgaat, en niet naar hoe vaak. Bij de meeste gezinnen zitten vrijwel alle uitbarstingen in twee of drie vaste momenten van de dag, meestal de ochtend, de overgang van school naar huis, en het uur voor bedtijd. Als je alleen dáár iets verandert, pak je het grootste deel van de ellende, terwijl je de rest van de dag met rust laat.
Verlaag de eisen op die momenten tot iets wat écht haalbaar is. Welke kleding het wordt is niet belangrijk, aankleden is al genoeg. Huiswerk hoeft niet zelfstandig, huiswerk aan de keukentafel terwijl jij de was vouwt telt ook. En geef één instructie in plaats van zes, van dichtbij en met oogcontact, want een opdracht die je vanuit de keuken de gang in roept, komt zelden ergens aan.
Zet er daarnaast iets tegenover voor jezelf. Eén moment op de dag dat niet over je kind gaat, en dat niet pas begint als iedereen slaapt. Twintig minuten in de ochtend voordat het huis wakker is werkt voor de meeste ouders beter dan een avond op de bank, want tegen die tijd valt er niets meer op te laden. Dit is de stap die iedereen overslaat omdat hij het minst dringend voelt, en het is precies de stap die bepaalt of je dit over een halfjaar nog volhoudt.
Wat ik je zou afraden
- Nog strenger worden. Het is de eerste reflex, het geeft heel even het gevoel dat je iets doet, en het maakt het bij dit type kind vrijwel altijd erger, omdat de escalatie sneller gaat dan de correctie.
- Alles tegelijk aanpakken. Een nieuw schema, een nieuwe beloningskaart, een nieuwe bedtijdroutine en een nieuw ochtendritueel in dezelfde week is een garantie dat je binnen tien dagen boos bent op jezelf omdat niets is blijven hangen.
- Jezelf vergelijken met dat gezin met de gelamineerde koelkastplanning. Dat gezin heeft een ander kind, of een andere ochtend, of ze liegen.
Wanneer het niet meer alleen over je kind gaat
Er is een punt waarop de vraag verschuift van "hoe ga ik met mijn kind om" naar "hoe houd ik dit vol". Dat punt herken je aan een paar dingen. Je bent chagrijnig tegen mensen die er niets mee te maken hebben, je slaapt slecht terwijl je doodmoe bent, je hebt nergens meer zin in wat je vroeger leuk vond, en je hebt het gevoel dat je alleen nog maar functioneert.
Dat zijn signalen van overbelasting, en ze horen serieus genomen te worden voordat het echt omslaat. Ze zeggen niets over hoeveel je van je kind houdt en alles over hoe lang je al doorloopt zonder aflossing.
Kom je op dat punt, dan is er begeleiding bij ouderburn-out die precies hierover gaat. Die richt zich op jou weer op de been krijgen terwijl de situatie thuis blijft zoals hij is. Dat laatste is belangrijk, want het klassieke advies om het kalmer aan te doen is voor een ouder met een kind dat continu sturing nodig heeft niet zo behulpzaam. Er valt niet minder te zorgen. Er valt hooguit slimmer te verdelen, en beter op te laden.
Dus nee, je wordt niet gek. Je bent moe. Dat is een veel beter uitgangspunt, want moe kun je iets aan doen.