Mijn kind slaat mij, hoe reageer je dan?
03 september 2026 
5 min. leestijd

Mijn kind slaat mij, hoe reageer je dan?

Een kind dat zijn eigen ouder slaat, doet dat bijna altijd omdat de spanning hoger wordt dan wat het op dat moment aankan, en omdat jij de veiligste persoon in de kamer bent. Bij dreumesen, peuters en kleuters hoort het vaak ook nog gewoon bij de leeftijd. Wat helpt is kort en kalm ingrijpen op het moment zelf, en pas praten als jullie allebei weer zijn gekalmeerd. Bij een kind die al wat ouder is, bij echt letsel, of als je er zelf bang van wordt, is het tijd om er iemand bij te halen.

Waarom juist jij het krijgt

Je staat in de keuken, de pasta staat op, je hebt net voor de derde keer gezegd dat de tablet uit moet, en dan krijg je een klap op je arm. Van je eigen kind, dat je een halfuur eerder nog voorlas.

Dat doet iets met je wat je niet zou voelen wanneer je kind 'gewoon' een ander kind slaat. Er zit schaamte in, verwarring, en bij veel ouders ook een steek van iets dat lijkt op afwijzing. Je hoort van jezelf te weten dat het niets persoonlijks is, en tegelijk voelt het bij uitstek persoonlijk.

Toch is er een reden dat jij het krijgt en de juf niet. Kinderen houden zich op school en bij oma vaak nog net bij elkaar, en laten thuis los wat ze de hele dag hebben ingehouden. Dat klinkt oneerlijk, en dat is het ook een beetje, alleen betekent het wel dat jij de plek bent waar het veilig genoeg is om te ontploffen. Dat je kind bij jou alle remmen loslaat, zegt meer over jullie band dan over jouw opvoeding.

Het is vooral belangrijk om in deze situaties rekening te houden met de laag die onder het gedrag zit. Je kind voelt een enorme golf boosheid, frustratie of paniek, heeft daar nog geen woorden voor, en de rem in het brein die bepaalde impulsen kan stoppen is op dat moment nog volop in ontwikkeling. Slaan is dan geen voorbedacht plan maar een uitbarsting van een impuls die getriggerd werd door een emotie. Bij een (hoog)gevoelig kind - dat sowieso veel binnenkrijgt aan geluid, drukte en prikkels - ligt die drempel gewoon lager, en zal hij sneller overschreden worden.

Bij een dreumes, peuter en kleuter hoort het vaak nog bij de leeftijd

Rond de anderhalf tot vier jaar is slaan zo gewoon dat je er bijna van kunt uitgaan dat het een keer gebeurt. Bij een peuter komt daar de ontdekking bovenop dat het effect heeft; je gilt, je schrikt, je reageert, en dat is voor een tweejarige razend interessant.

Rond een jaar of vier tot zes hoort het er nog steeds bij, maar wordt het geleidelijk minder. Je kind kan dan meer benoemen, kan zich langer inhouden, en snapt beter wat het bij jou losmaakt. Blijft het slaan op die leeftijd juist toenemen, dan is dat een signaal om serieus te nemen. Er hoeft niets mis te zijn, maar dan zit er waarschijnlijk iets onder dat nog niet is opgelost.

Wat je in deze fase het meeste helpt, is de wetenschap dat je er geen einde aan hoeft te maken met één goede zin. Er bestaat geen zin die een boos kind van drie op slag laat stoppen. Wat er wel bestaat, is een reactie die de klap niet groter maakt dan hij is. Datzelfde geldt trouwens breder. Waarom een kind slaat en of het bij de leeftijd hoort, staat uitgebreider in het stuk over waarom je kind slaat.

Wat je op het moment zelf doet

Op het moment zelf heb je maar twee taken. De klap stoppen, en jezelf niet laten meesleuren.

Het stoppen doe je met je lichaam en niet met je woorden. Pak de hand (rustig!) vast, houd hem rustig tegen, of zet een stap achteruit zodat je buiten bereik bent. Kort, feitelijk, zonder er een preek van te maken. Eén zin is genoeg: "Ik laat je mij niet slaan." Meer heeft je kind op dat moment toch niet in zich, want een brein dat vol staat neemt geen uitleg meer op.

Het tweede is lastiger. Een klap van je eigen kind schiet er bij jou net zo goed in, en je lijf reageert voordat je erover na hebt kunnen denken. Je voelt de neiging om terug te schreeuwen, om iets te zeggen wat je straks terug wil nemen, of om weg te lopen en de deur harder dicht te doen dan nodig. Dat je die neiging voelt, maakt je geen slechte ouder. Wat je ermee doet, is wel van jou.

Praktisch werkt het vaak beter om de afstand te vergroten dan om meer woorden te gebruiken. Ga zitten in plaats van boven je kind hangen, of zeg dat je even naar de gang loopt en dat je zo terugkomt. Een boze peuter die je vijf seconden niet aankijkt, kalmeert sneller dan een boze peuter die een gezicht ziet dat net zo boos is als dat van hemzelf. Bij een echte driftbui geldt hetzelfde principe, dus eerst laten kalmeren en dan pas iets zeggen.

Wat je doet als je zelf ook op springen staat

Hier zit het punt dat in de meeste adviezen wordt overgeslagen. Al die tips gaan ervan uit dat jij nog iets over hebt. Maar soms is dat gewoon niet het geval.

Een kind dat regelmatig slaat, kost je meer energie dan de klappen zelf. Je gaat op scherp staan. Je let de hele dag op, je voelt de spanning al opkomen voordat er iets gebeurd is, en je merkt dat je bij het minste geluid uit de woonkamer overeind schiet. Dat is uitputtend op een manier die je aan niemand goed kunt uitleggen, want van buiten is het "een kind dat weleens slaat".

Als je merkt dat je steeds korter reageert, dat je huilt om dingen die daar niet over gaan, of dat je 's avonds op de bank zit met het gevoel dat je niets meer over hebt, dan gaat het niet meer alleen over het gedrag van je kind. Dan ben je zelf aan het opbranden. Dat is de optelsom van maanden op scherp staan. Ouders die opgebrand door je kind raken, hebben bijna altijd eerst maandenlang doorgelopen op wilskracht.

Zeg het daarom hardop tegen iemand. Een ouder die dit in zijn eentje draagt, wordt vanzelf korter tegen precies het kind dat langere lontjes nodig heeft. En je kind heeft meer aan een ouder die een keer om hulp vraagt dan aan een ouder die het volhoudt tot er niets meer over is.

Bij een ouder kind of een puber ligt het anders

Vanaf een jaar of zeven, acht is slaan geen ontwikkelingsfase meer. Een kind van die leeftijd kan zich in principe inhouden, kan benoemen wat er is, en weet dat het jou pijn doet. Als het dan toch gebeurt, is het meestal een teken dat er iets scheef zit, van chronische overbelasting tot iets op school, iets in de vriendengroep, of een manier van omgaan met spanning die nooit is aangeleerd.

Bij een puber komt er nog iets bij, en dat is jouw veiligheid. Een kind van veertien dat slaat, is fysiek geen kleuter meer. Daar mag je niet overheen kijken uit loyaliteit, ook niet als je bang bent dat je hem daarmee in de steek laat.

Harder terugduwen werkt in beide gevallen niet. Straffen die groter worden, gesprekken die eindigen in geschreeuw en telefoons die worden ingenomen, brengen de spanning omhoog terwijl je hem omlaag wilt. Wat wel werkt, kost meer tijd. Zoek uit wat er in de aanloop naar zo'n moment gebeurt, en verander dáár iets, voordat de bom valt.

Wanneer je er iemand bij haalt

Er zijn een paar momenten waarop je niet moet blijven aanmodderen.

Neem contact op met je huisarts of de jeugdarts als het slaan toeneemt in plaats van afneemt, als je kind ouder is dan een jaar of acht en het regelmatig gebeurt, als er letsel is, of als je merkt dat je bang begint te worden voor je eigen kind. Doe dat ook als je zelf voelt dat je de controle kwijtraakt op momenten dat je geslagen wordt, of als je jezelf hebt betrapt op een reactie waar je van bent geschrokken.

Schaam je daar niet voor, en blijf er ook niet alleen mee zitten. Vertel het gewoon zoals het is. Een huisarts of jeugdarts hoort dit vaker dan je denkt en kan meekijken naar wat eronder zit, van slaap en prikkelverwerking tot spanning op school.

En als het vooral jouw eigen bodem is die in zicht komt, dan is dat een apart probleem dat losstaat van de vraag of je kind normaal gedrag laat zien. Dat mag je ook gewoon apart oppakken.

Over de schrijver
Ik ben Lara van der Zwaag, orthopedagoog en oprichter van de Online Opvoed Uni. Ik help ouders van temperamentvolle en gevoelige kinderen om hun kind beter te begrijpen, steviger te reageren en patronen binnen het gezin te doorbreken. Mijn expertise ligt op het snijvlak van opvoeding, prikkelverwerking, emotieregulatie, gezinsdynamiek en overbelasting bij ouders.Binnen dat werk ben ik gespecialiseerd in parentale burn-out, ook wel ouderburn-out of ouderschapsburn-out genoemd. Ik zie dagelijks hoe intens ouderschap, voortdurende afstemming, mentale belasting en een kind dat structureel meer vraagt ouders langzaam kunnen uitputten. Niet alleen als individueel probleem, maar ook als iets wat doorwerkt in de dynamiek van het hele gezin.Met de Online Opvoed Uni bieden we ouders praktische en deskundige ondersteuning, met oog voor de unieke behoeften van hun kind, de patronen binnen het gezin en de draagkracht van de ouder zelf. Zodat ouders niet alleen meer grip krijgen op het gedrag van hun kind, maar ook op de manier waarop het ouderschap voor henzelf vol te houden blijft.