Kijk naar hoe moe je bent, hoe lang het al duurt, hoeveel ruimte je echt hebt om bij te komen en wat er verandert in je dagelijks leven als ouder. Gewone vermoeidheid trekt meestal bij als je een paar nachten goed slaapt of een paar dagen minder hoeft. Bij een parentale burn-out blijft de uitputting hangen, ook als er af en toe ruimte is, en merk je dat je verandert als ouder. Je herkent jezelf minder, je hebt er eigenlijk genoeg van en je raakt verder van je kinderen af dan je zou willen. Of je een parentale burn-out hebt, vertelt een vrij weekend je op zichzelf niet. Die veranderingen zijn wel een reden om er serieus naar te kijken.
Iedereen op het schoolplein is moe
Vraag op een willekeurige dinsdag om kwart over 3 op het schoolplein hoe het gaat, en je hoort 3 keer "druk!" en 2 keer "moe hoor". Dat klopt ook. Ouderschap is vermoeiend, met gebroken nachten, een hoofd vol lijstjes en een dag die om half 7 begint met de vraag waar de andere gymschoen is. Moe zijn hoort er gewoon bij, en het zegt op zich weinig.
Het lastige is dat bijna iedereen het woord moe gebruikt, voor alles van een kort nachtje tot een jaar lang op je tandvlees lopen. Daardoor vergelijk je jezelf al snel met de rest. Zij zijn ook moe, en die redden het toch ook? Dus ga je door. Zo kan het gebeuren dat je maanden later pas merkt dat jouw moe al een tijdje een ander soort moe is.
Wat doet een vrij weekend met je?
Een eerste aanwijzing krijg je soms als je wél een keer kunt bijkomen. Stel, je partner neemt zaterdag de kinderen mee naar opa en oma. Je slaapt uit, drinkt je koffie terwijl hij nog warm is en loopt een rondje zonder iemand die halverwege moet plassen.
Bij gewone vermoeidheid merk je dat. Zondagavond ben je een stuk opgeladen, je hebt weer zin om de kinderen te zien, en je lontje is weer wat langer. Bij een ouder die richting een burn-out gaat, gebeurt er veel minder. Je ligt op de bank en kunt er niet echt van genieten, omdat je hoofd gewoon doorgaat. Of je voelt je zaterdag even beter, en zondag om 5 uur, als de auto de straat in draait, zakt het weer helemaal in. Op maandagochtend ben je terug bij af.
Meer dan een aanwijzing is dat niet. Een weekend kan gewoon te kort zijn om bij te komen, en je even beter voelen sluit zware overbelasting niet uit. Let daarom vooral op wat er over weken gebeurt. Bij een ouder die opbrandt, staat het lijf vaak zo lang op scherp dat het niet meer vanzelf terugschakelt.
4 veranderingen om serieus te nemen
Belgische onderzoekers rond Isabelle Roskam en Moïra Mikolajczak beschreven 4 kenmerken van een parentale burn-out. Ze gaan over een patroon dat aanhoudt.
- Het eerste kenmerk is uitputting, en dat lijkt natuurlijk nog het meest op moe. Alleen gaat het hier om een uitputting die specifiek met het ouderschap te maken heeft. Je kunt op je werk nog prima functioneren, maar het idee van het avondritueel met tandenpoetsen, pyjama's en het derde glaasje water maakt je al moe voordat het begint.
- Het tweede kenmerk is het contrast met wie je was. Je was de ouder die zondagochtend pannenkoeken bakte en hutten bouwde van de bankkussens, en nu merk je dat je die ouder kwijt bent. Je bent er wel, maar alleen met de helft van je hoofd.
- Het derde kenmerk is dat je er genoeg van hebt. Je merkt minder plezier in het ouderschap, je telt de uren tot bedtijd, en soms denk je bij jezelf dat je het allemaal niet meer wilt.
- Het vierde kenmerk is emotionele afstand. Je doet wat er gedaan moet worden, brood smeren, jassen aan, op tijd op school, maar emotioneel trek je je terug. Je luistert half naar het verhaal over de juf, je speelt niet meer mee en je bent stiller dan normaal. Je zorgt voor je kinderen, terwijl contact maken en meeleven je steeds meer moeite kosten.
Waarom dit zo makkelijk ongemerkt blijft
Een burn-out door het ouderschap ontstaat meestal niet in een week. Hij sluipt erin, en juist ouders die veel dragen merken het laat. Misschien heb je een kind dat heftiger reageert dan gemiddeld, een kind met een ziekte of een ontwikkelingsstoornis, of komt er gewoon van alles tegelijk op je af. Dan wen je aan een hoger tempo. Wat 2 jaar geleden uitzonderlijk zwaar was, is nu een gewone woensdag.
Daarbij krijg je weinig signalen van buitenaf. Je kinderen worden gewassen, de lunchtrommels zijn gevuld en je komt op afspraken. Van buitenaf ziet het eruit alsof het gaat, en daardoor ga je zelf ook geloven dat het gaat. Soms is het dan een klein moment dat je doet stilstaan. Je hoort jezelf ineens schreeuwen om een jas die voor de derde keer op de gang ligt, en je schrikt van je eigen stem.
Wat je kunt doen als je twijfelt
Begin met eerlijk kijken. Pak de 4 veranderingen hierboven en vraag je af hoe vaak je ze de laatste weken bij jezelf merkte. Het gaat om een patroon over weken, want één slechte avond heeft iedereen. Je kunt het ook aan je partner of een vriendin vragen. Mensen om je heen zien het contrast vaak eerder dan jij, juist omdat zij nog weten hoe je vroeger was.
Haal daarna één ding van je bord dat echt energie kost. Kies één concrete taak die deze maand bij iemand anders ligt, in plaats van een goed voornemen om "meer tijd voor jezelf te nemen". Het boodschappen doen, het halen en brengen op dinsdag of het hele avondritueel van één kind. Kleine herstelmomenten op een vaste plek in de week helpen meer dan een groot uitje dat je over 3 maanden gepland hebt.
En wees eerlijk over hoe lang het al duurt. Herken je veranderingen die aanhouden en je dagelijks leven moeilijk maken, zoek dan hulp om te begrijpen wat er speelt. Voel je ook buiten het ouderschap nergens meer plezier in, dan kan er iets anders spelen, en het verschil tussen ouderburn-out of depressie is niet altijd makkelijk zelf te zien. Blijf je moe en weet je niet goed waardoor, bespreek het dan met je huisarts, zeker als je ook andere klachten hebt.
Je hoeft niet eerst helemaal op te zijn
Veel ouders wachten met hulp zoeken tot het echt niet meer gaat. Alsof je eerst moet bewijzen dat het erg genoeg is. Twijfel je of jij nog moe bent of al op? Dan is dat op zich al een goede reden om er even bij stil te staan.
In de gratis gids Moe of op? kijk je verder naar wat je bij jezelf merkt, wat je kunt doen en hoe je erover kunt praten met je partner, een vriendin of je huisarts. Vraag de gids gratis aan.






